<<>> Sommige sondeer/boorlocaties op een afrit. Aangepast naar dischtsbijzijnde profiel zonder afrit! (locations_grondonderzoek_gewijzigd) In soilprofiles hoogte van laag in de teen aangepast naar geometrie gewijzigde profielen. In 1266 ook D_klei aangepast omdat de top_level na aanpassen lager lag dan die van de laag eronder. 1825 verwijderd omdat deze op een grote rotonde lag zonder bruikbare profielen in de buurt. Profielen waarvoor geen alternatief was, maar die niet heel afwijkend waren: 271, 563, 792, 1295, 1311, 1653, 1818. <<>> Wat is het effect van 1D-ondergrondschematisatie? --> Weegt de kwantiteit van de DAM-sommen op tegen de kwaliteit van de toetssommen? Gebruik gemaakt van GIS-profielen die met toetssommen vergeleken zijn. Iedere toetssom is maatgevend voor een dijktraject. Deze trajecten (toetsvakken) zijn door Deltares gemaakt voor de toetsing, en gebaseerd op de ondergrond: Toetssom Dijktraject (hmp) 24_1_08 23_6_50 - 24_3_00 24_5_58 24_3_00 - 26_1_00 26_2_75 26_1_00 - 26_4_00 27_5_06 26_4_00 - 27_6_00 29_0_85 27_6_00 - 29_1_00 29_4_65 29_1_00 - 30_3_00 30_8_00 30_3_00 - 30_9_70 30_9_73 30_9_70 - 30_9_80 30_8_00 30_9_80 - 31_3_00 31_4_62 31_3_00 - 32_8_00 32_6_67 32_8_00 - 33_0_00 33_4_62 33_0_00 - 33_6_00 33_9_65 33_6_00 - 34_0_50 35_2_25 34_0_50 - 35_4_00 35_6_37 35_4_00 - 35_6_50 Wiel 35_6_50 - 36_1_00 36_9_26 36_1_00 - 37_4_30 37_6_00 37_4_30 - 37_7_60 Wiel 37_7_60 - 37_8_80 38_0_87 37_8_80 - 38_1_00 38_4_13 38_1_00 - 39_3_00 39_7_71 39_3_00 - 40_0_00 40_6_37 40_0_00 - 40_8_00 41_4_66 40_8_00 - 41_8_00 42_0_00 41_8_00 - 42_1_00 42_3_40 42_1_00 - 42_8_50 <<>> Twee sommen in één toetsvak: Som 32_6_67 ligt in het toetsvak van som 31_4_62 (die van hmp 31_3_00 t/m 32_8_00 loopt)! Som 32_6_67 is representatief voor het toetsvak 32_8_00-33_0_00. In eerste instantie was de PL3 uit de isohypsenkaart uit GIS gebruikt. De PL3 kwam niet altijd overeen met die uit de toetssomen en de PL4 ontbrak in de isohypsen, wat vreemde resultaten gaf (uittreden PL3/4 uit kruin van de dijk). Uiteindelijk zijn de PL-waarden uit de toetssommen weer gebruikt (uit Dijkvakken_Somwaarden.shp --> zie Defx-bestand), waardoor de waterspanningen beter geschematiseerd worden. Niet werkende locaties: 447 758 1143 (char pts not ascending) 1005 1176 1224 1284 1578 1586 1825 1856 Foutmeldingen "DAM werkt niet meer" bij: 62 443 1789 1806 Beperkingen - Met zonering rekenen kan (nog) niet <<< Invoer DAM >>> In deze DAM-files worden de geometrie, locatiegegevens én ondergrond uit GIS gehaald In de mappen staan de volgende bestanden: csvfiles locations.csv Niet aanwezig omdat alle locatiegegevens in shapefiles staan characteristicpoints.csv Buitenteen en maaiveld buiten verlaagd op basis van talud 1:2 waar deze hoger lag dan buitenkruin (voorland) Maaiveld buiten met 0.1m aangepast waar deze hoger lag dan kruin buiten en buitenteen wel goed was surfacelines.csv surfacelines op basis van hoogtegrid FLI-MAP meeste karakteristieke punten op basis van karakteristieke lijnen uit de legger voor sloten zijn isolijnen getekend op basis van een talud van 1:1.5 verkeersbelasting buitenwaarts = kruinlijn; verkeersbelasting binnenwaarts = kruinlijn - 2,5m binnenwaarts wielen (hmp 35.7 en 37.8) geschematiseerd op basis van opgemeten maatgevende dwarsprofielen voor toetsing (1994): Y:\Waterkeringen\Geotechnisch\Nieuwe projecten\A-22_Onderzoek Wielen. Wielen zitten nog niet in de invoerbestanden voor DAM! Maaiveld buiten met 0.1m aangepast waar deze hoger lag dan kruin buiten Wijzigingen: Maaiveld binnen --> 4 meter verder van de dijk geplaatst zodat de profielen voor surfacelines niet te kort zijn --> heeft ervoor gezorgd dat er een aantal profielen is waarbij de oude miaaveldhoogte is behouden en de x- en y-coördinaten verplaatst zijn (omdat ze opnieuw in NoDAta vielen en het veel handwerk was om ze weer te verplaatsen). Voor andere profielen is de hoogte opnieuw op het nieuwe punt gesampled. segments.csv kolom B "soilprofile_id" wordt gebruikt omdat de grondopbouw op basis van het geotechnisch profiel wordt bepaald segment voor iedere boring/sondering soilprofiles.csv op basis van geotechnisch profiel onderkant geotechnisch profiel opgevuld met Pleistoceen zand (32_Kreftenheye) bovenkant geotechnisch profiel opgevuld tot de teen met de bovenste laag, dan met een laag klei en een laag zand (ondergrens zandpakket = DTH- zanddikte; zanddikte = 2m -mv t/m hmp 36.1, daarna 3m -mv) scenarios.csv Scenario's die er nu in zitten: - MHW uit de toetssommen - DTH uit As_met_gegevens (nieuwe as) shapefiles Locations.shp = bestand met locaties. Locationset "Locations_locaties_grondonderzoek" Voor iedere locatieparameter is een aparte shapefile aangemaakt; offsets PL-Lines zijn samengevoegd in één shapefile;uplift criteria zijn samengevoegd in één shapefile Waarden voor de locatieparameters zijn overgenomen uit de toetssommen voor de Hollandse IJssel (iedere toetssom is representatief voor één dijkvak). Uitzonderingen: Polderlevel = gekoppeld aan polygonen Peilgebieden; Peil_hoog = winter_boven; Peil_laag = zomer_onder crosssections.shp zijn de profielpunten waar, haaks op de as, een lijn doorgetrokken is segments.shp moet naast segments.csv ook aanwezig zijn! soilmaterials.mdb volumieke gewichten op basis van waarden in toetssommen (bij meerdere gewichten voor één grondsoort is uitgegaan van de lichtste) alle antropogene kleilagen hebben de eigenschappen van 'Dijksmateriaal' gekregen, omdat dijksmateriaal in de soilbase als klei gedefinieerd is- Alle antropogene zandlagen hebben de eigenschappen van 'Alg - Zand (0-30)' gekregen. Hiervoor kan ook de stress table 'Alg - Ophoogzand' voor gebruikt worden, maar omdat deze in de D-Geo-sommen niet onderscheiden wordt is het onduidelijk welke volumieke gewichten hierbij horen. omdat In Gorkum en Kreftenheye lagen zitten die meer uit zand dan uit klei bestaan, hebben deze lagen ook de eigenschappen van 'Alg - Zand (0-30)' gekregen. in de GIS-methode kan niet 2D geschematiseerd worden. Er is daarom gekozen voor stress tables die naast de dijk gemeten zijn, omdat dit de meest conservatieve aanname geeft. gebruikte stress-tables uit P:\DAM\2. Datavoorziening\Stress tables (Krimpenerwaard-Alblasserwaard) verder is het volgende in de Msoilbase ingevuld (overgenomen uit de Msoilbase van de D-Geosommen): Gamma dry = 0.01 Friction = 25 Cohesion = 1 Pressure overburden = 10 RR = 1 Use probablistic defaults = aangevinkt Particle diameter = 200 White's constant = 0.250 Bedding angle = 0 Traffic Load = 100 voor (Pleistocene) zandlagen (dus ook voor de zandige lagen in de Formatie van Kreftenheye) onderscheid Gorkum Zwaar en Gorkum Licht: Gorkum Licht = humeuze kleilagen; komklei Gorkum Zwaar = klei zonder veel plantenresten; klei met veel zand en zandlaagjes OB = Tiel_naast Aan maaiveld meestal OB --> had de eigenschappen van Dijksmateriaal_klei maar heeft nu de eigenschappen van Tiel_naast gekregen omdat de 1D profielen anders vrijwel allemaal te sterk worden, en in de toetsing ook vaak Tiel_naast aan maaiveld ligt. defx-bestand Soilbare_GIS_OBaangepast is de gebruikte soilbase De attribute keys voor de parameters in de shapefiles zijn willekeurig (niet van invloed op de invoer)