Index: DamEngine/trunk/doc/Dam Engine - Functional Design/FODAMPipingKernel.tex =================================================================== diff -u -r1005 -r1085 --- DamEngine/trunk/doc/Dam Engine - Functional Design/FODAMPipingKernel.tex (.../FODAMPipingKernel.tex) (revision 1005) +++ DamEngine/trunk/doc/Dam Engine - Functional Design/FODAMPipingKernel.tex (.../FODAMPipingKernel.tex) (revision 1085) @@ -1,2 +1,67 @@ -\chapter{Fucntional Design DAM piping kernel} +\chapter{Functional Design DAM piping kernel} \label{sec:FODAMPipingKernel} + +Voor piping kan gekozen worden uit 3 opties: + +\begin{enumerate} + \item Sellmeijer 4 krachten model + \item Sellmeijer (VNK) + \item Bligh +\end{enumerate} + +\section{Sellmeijer 4 krachten model} +\label{sec:Sellmeijer4KrachtenModel} + +Hier wordt gebruik gemaakt van de regel van Sellmeijer zoals omschreven in de TR Zandmeevoerende wellen uit 1996: + +\begin{figure}[H] + \centering + \includegraphics[width=0.5\textwidth]{pictures/piping1.png} + \label{fig:piping1} +\end{figure} + +waarbij: + +\begin{figure}[H] + \centering + \includegraphics[width=0.2\textwidth]{pictures/piping2.png} + \label{fig:piping2} +\end{figure} +\begin{figure}[H] + \centering + \includegraphics[width=0.2\textwidth]{pictures/piping3.png} + \label{fig:piping3} +\end{figure} +\begin{figure}[H] + \centering + \includegraphics[width=0.2\textwidth]{pictures/piping4.png} + \label{fig:piping4} +\end{figure} +\begin{figure}[H] + \centering + \includegraphics[width=0.7\textwidth]{pictures/piping5.png} + \label{fig:piping5} +\end{figure} + + + +\section{Sellmeijer (VNK)} +\label{sec:SellmeijerVNK} + De pipingberekeningen met het VNK model, een neuraal netwerk gebaseerd op het twee lagen model van Sellmeijer. Het model bestaat uit een grote collectie voorgemaakte sommen. De invoerparameters worden vergeleken met de invoer voor de voorgemaakte sommen en de uitkomst volgt door een interpolatie. In de eenvoudige toetsing wordt geen onderscheid gemaakt tussen een boven- en onderliggende zandlaag. Voor de berekeningen wordt de eerste watervoerende zandlaag uit het ondergrondmodel daarom gesplitst in twee lagen van gelijke dikte met dezelfde grondeigenschappen. De eigenschappen van Soil 3 zijn eveneens gelijk aan die van Soil1 en Soil 2. Het aanwezige verval is gedefinieerd door de buitenwaterstand verminderd met de waterstand bij het uittredepunt (polderpeil of maaiveldhoogte bij uittredepunt). De reductie van het verval met de term 0,3D, waarbij D de dikte van het slappe lagen pakket is, wordt verrekend op het kritieke verval, dus bij de sterkte kant. + +\begin{figure}[H] + \centering + \includegraphics[width=0.9\textwidth]{pictures/piping6.png} + \caption{Schematisering ondergrond voor neuraal netwerk van Sellmeijer} + \label{fig:piping6} +\end{figure} + +\section{Rekenregel van Bligh} +\label{sec:RekenregelVanBligh} +Hier wordt gebruik gemaakt van de standaard piping regel van Bligh met een creep factor van 18: + +\begin{figure}[H] + \centering + \includegraphics[width=0.2\textwidth]{pictures/piping7.png} + \label{fig:piping7} +\end{figure} \ No newline at end of file