Index: DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex =================================================================== diff -u -r5000 -r5035 --- DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex (.../DAM UI - User manual.tex) (revision 5000) +++ DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex (.../DAM UI - User manual.tex) (revision 5035) @@ -1108,13 +1108,14 @@ \subsubsection{1D ondergrondschematiserings} \label{sec:1DOndergrondschematiserings} 1D ondergrondschematiserings worden opgenomen in het bestand \textit{soilprofiles.csv}. -Het bestand bestaat uit tenminste drie kolommen, waarbij de naam vastgelegd is in de header regel: +Het bestand bestaat uit tenminste vier kolommen, waarbij de naam vastgelegd is in de header regel: \begin{itemize} \item \textit{soilprofile\_id}: de unieke naam van het 1D ondergrondprofiel. In het bestand segments.csv wordt gekoppeld op deze naam (zie \autoref{sec:Ondergrondsegmenten}). \item \textit{top\_level}: dit is de bovenkant van de grondlaag ten opzichte van het referentievlak (meestal NAP). \item \textit{soil\_name}: de naam van de grondsoort in desbetreffende laag. Deze naam dient ook terug te komen in de grondeigenschappendatabase (zie \autoref{sec:Grondeigenschappen}). + \item \textit{is\_aquifer}: TRUE als het een watervoerende laag is, anders FALSE. \end{itemize} In \autoref{app:VoorbeeldSoilprofilesCsv} is een beschrijving opgenomen van een \textit{soilprofiles.csv}. @@ -1248,19 +1249,15 @@ De naam van het sigma tau curves bestand is altijd \textit{sigmataucurves.csv}. -\paragraph*{Aquifer} -Voor de correcte werking van de schematisering algoritme in DAM is er de eigenschap 'Is Aquifer' nodig. -Hoewel dit een laageigenschap is en geen materiaaleigenschap is deze toch opgenomen in de MSoilbase. -Alle overige parameters zijn model specifiek en terug te vinden in de handleiding van D-Geo Stability. - -Met 'Is aquifer' wordt aangegeven of het een watervoerende laag betreft. +\paragraph*{aquifers.csv} +Voor de correcte werking van het schematiseringsalgoritme in DAM is het nodig om te weten welke lagen watervoerend zijn. DAM zal hier een PL lijn aan toekennen. -Een aangevinkte ‘check box’ betekent dat het een watervoerende laag betreft. -Indien gebruik wordt gemaakt van reeds uitgevoerde D-Geostability berekeningen, -is het raadzaam om in de *.sti bestanden de grondsoortnamen van watervoerende lagen uit te breiden met de toevoeging wl\_ (watervoerende laag), -zodat deze grondlaag in de database direct herkenbaar is en aangevinkt kan worden als aquifer (watervoerend). +Voor een 1D geometrie wordt in de soilprofiles.csv file aangegeven of een laag watervoerend is, zie \autoref{sec:1DOndergrondschematiserings}. +In het geval van een 2D geometrie worden de watervoerende lagen opgegeven in de aquifers.csv file. +Voor een beschrijving van deze file zie \autoref{app:VoorbeeldAquifersCsv}. + \paragraph*{Schuifsterktemodel} Per materiaal wordt het schuifsterktemodel opgegeven. Deze worden verder toegelicht in \nameref{sec:Schuifsterktemodellen}. @@ -1415,6 +1412,7 @@ \item soilprofiles.csv of 2D geometrieën (zie \autoref{sec:Ondergrondopbouw}) \item soils.csv (zie \autoref{sec:Grondeigenschappen}) \item sigmataucurves.csv (zie \autoref{sec:Grondeigenschappen}) + \item aquifers.csv (zie \autoref{sec:Grondeigenschappen}) \item scenarios.csv (zie \autoref{sec:Rekenscenarios}) \end{itemize} @@ -1848,7 +1846,9 @@ \subsubsection{Toekenning stijghoogte aan de lagen} \label{sec:ToekenningStijghoogteAanLagen} -Voor DAM is het noodzakelijk dat de onderste laag een watervoerende laag is; d.w.z. aquifer aangevinkt in de aquifers.csv. +Voor DAM is het noodzakelijk dat de onderste laag een watervoerende laag is; +d.w.z. opgegeven in de aquifers.csv in het geval van een 2D geometrie +of in het geval van een 1D geometrie aangegeven als aquifer in de soilprofiles.csv. DAM definieert de watervoerende lagen vanaf onder naar boven (richting maaiveld). Aan de onderste laag (altijd een watervoerende laag) wordt piëzolijn (PL3) toegekend. @@ -3172,14 +3172,45 @@ \begin{footnotesize} \begin{tabular}{|p{40mm}|p{10mm}|p{10mm}|p{15mm}|p{\textwidth-60pt-75mm}|} \hline \textbf{Name} & \textbf{Type} & \textbf{Unit} & \textbf{Required} & \textbf{Description} \\ \hline - sigma\_tau\_curve\_name & StringId & - & yes & Name \\ \hline + sigma\_tau\_curve\_name & StringId & - & yes & name \\ \hline sigma & Float & kN/m$^{\text{2}}$ & yes & normal effective stress \textsigma'$_{n}$ \\ \hline tau & Float & kN/m$^{\text{2}}$ & yes & shear strength \texttau \\ \hline \end{tabular} \end{footnotesize} \end{table} +\chapter{Voorbeeld aquifers.csv} +\label{app:VoorbeeldAquifersCsv} +In de eerste kolom staat de naam van een stix file en in de tweede kolom de laagnaam van een watervoerende laag in die stix file. +Dit heeft als consequentie dat wanneer er meerdere lagen in een stix file dezelfde naam hebben en de naam komt voor in de aquifers.csv file, +er vanuit wordt gegaan dat alle lagen met die naam aquifers zijn. +Indien er twee watervoerende lagen zijn met een verschillende laagnaam, +dan dient dit in twee regels te worden ingevoerd. +\begin{table}[H] + \begin{footnotesize} + \begin{tabular}{|p{20mm}|p{30mm}|} \hline + \textbf{stix\_filename} & \textbf{layer\_name} \\ \hline + Profiel\_1.stix & zand\_pleistoceen \\ \hline + Profiel\_1.stix & zand\_grof \\ \hline + Profiel\_2.stix & zand \\ \hline + Profiel\_3.stix & zand\_pleistoceen \\ \hline + \end{tabular} + \end{footnotesize} +\end{table} + +De definitie van het bestand is in onderstaande tabel weergegeven: + +\begin{table}[H] + \begin{footnotesize} + \begin{tabular}{|p{20mm}|p{10mm}|p{15mm}|p{60mm}|} \hline + \textbf{Name} & \textbf{Type} & \textbf{Required} & \textbf{Description} \\ \hline + stix\_filename & StringId & yes & name of D-Stability file with extension \textit{.stix} \\ \hline + layer\_name & StringId & yes & layer name of aquifer \\ \hline + \end{tabular} + \end{footnotesize} +\end{table} + \chapter{Voorbeeld soilprofiles.csv} \label{app:VoorbeeldSoilprofilesCsv} Onderstaand een voorbeeld van een \textit{soilprofile.csv}.