Index: DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex =================================================================== diff -u -r5776 -r5785 --- DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex (.../DAM UI - User manual.tex) (revision 5776) +++ DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex (.../DAM UI - User manual.tex) (revision 5785) @@ -3627,36 +3627,47 @@ \chapter{Sensordata} \label{app:SensorData} -Na importeren van het bestand in DAM worden de gegevens getoond in tabellen, +Na importeren van het bestand in DAM worden de gegevens getoond in tabellen. Het Excel bestand moet 4 tabbladen bevatten. Hieronder de namen van de tabbladen met tussen haakjes de naam van de corresponderende tabel in DAM. \begin{itemize} - \item SensorProfileId (Sensor location data) + \item SensorProfileID (Sensor location data) \item SensorGroupID (Sensor group configuration) \item SensorID (Sensor configuration) \item DikeLineInProfile (nvt). \end{itemize} In de volgende secties wordt de inhoud van de tabbladen beschreven. -\section{SensorProfileId} +\section{SensorProfileID} In dit tabblad worden sensoren aan een locatie gekoppeld. Dit blad bevat de volgende kolommen: \tiny \begin{longtable*}{|p{40mm}|p{\textwidth-25mm-36pt}|} \hline \textbf{Kolom naam} & \textbf{Beschrijving} \\ \hline locationID & Een uniek nummer (wordt ook gebruikt in de groepering).\\ \hline - Profile \footnote{Deze kolom wordt niet gebruikt en zal ook niet binnen DAM getoond worden.} & Een unieke naam van het geometrische profiel. Deze naam moet overeenkomen met de location ID in locations.csv.\\ \hline + Profile \footnote{Deze kolom wordt niet gebruikt en zal ook niet binnen DAM getoond worden.} & + Een unieke naam van het geometrische profiel. + Deze naam verwijst normaal gesproken naar de location ID in locations.csv.\\ \hline NameAlias & Een optionele naam.\\ \hline - MStabFile \footnotemark[\value{footnote}] & De naam van de mstab file. Deze staat ook in segments.csv.\\ \hline + MStabFile \footnotemark[\value{footnote}] & + De naam van de mstab file. + Deze staat ook in segments.csv.\\ \hline SensorGroup & de ID van de groep waar deze sensor bij behoort.\\ \hline - InputPL1OuterWaterLevel & "Sensor" of "LocationData". Waarde van de waterhoogte aan de buitenkant.\\ \hline - InputPL1PLLineOffsetBelowDikeTopAtRiver & "Ignore" of "LocationData". De stijghoogte van PL1 onder de buiten kruin.\\ \hline - InputPL1PLLineOffsetBelowDikeTopAtPolder & "Ignore" of "LocationData". De stijghoogte van PL1 onder de binnen kruin.\\ \hline - InputPL1PLLineOffsetBelowShoulderBaseInside & "Ignore" of "LocationData". De stijghoogte van PL1 onder de start van de berm aan de binnenkant.\\ \hline - InputPL1PLLineOffsetBelowDikeToeAtPolder & "Ignore" of "LocationData".De stijghoogte van PL1 onder de teen van de dijk aan de binnenkant.\\ \hline - InputPL1PolderLevel & "Sensor" of "LocationData". Waarde van de waterhoogte aan de binnenkant.\\ \hline - InputPL3 & "Sensor" of "LocationData". Value for PL3. \\ \hline - InputPL4 & "Sensor" of "LocationData". Value for PL4.\\ \hline + InputPL1OuterWaterLevel & "Sensor" of "LocationData". Waarde van het waterniveau aan de buitenkant.\\ \hline + InputPL1PLLineOffsetBelowDikeTopAtRiver & "Ignore" of "LocationData". + De stijghoogte van PL1 onder de buitenkruin.\\ \hline + InputPL1PLLineOffsetBelowDikeTopAtPolder & "Ignore" of "LocationData". + De stijghoogte van PL1 onder de binnenkruin.\\ \hline + InputPL1PLLineOffsetBelowShoulderBaseInside & "Ignore" of "LocationData". + De stijghoogte van PL1 onder de start van de berm aan de binnenkant.\\ \hline + InputPL1PLLineOffsetBelowDikeToeAtPolder & "Ignore" of "LocationData". + De stijghoogte van PL1 onder de teen van de dijk aan de binnenkant.\\ \hline + InputPL1PolderLevel & "Sensor" of "LocationData". + Waarde van het waterniveau aan de binnenkant.\\ \hline + InputPL3 & "Sensor" of "LocationData". + Value for PL3. \\ \hline + InputPL4 & "Sensor" of "LocationData". + Value for PL4.\\ \hline \end{longtable*} \normalsize @@ -3671,7 +3682,7 @@ In dit blad kan een groepering worden gemaakt van sensoren. Op deze manier kunnen sensoren hergebruikt worden voor een bepaalde locatie. Een groep behoort dan tot een locatie. -Belangrijk: Er moet hier goed gelet worden bij het invullen van de ID’s. +Belangrijk: Er moet hier goed opgelet worden bij het invullen van de ID’s. Deze moeten overeenkomen met de ID’s in de tabbladen SensorProfileID en SensorID. Dit blad bevat de volgende kolommen: \tiny @@ -3690,13 +3701,22 @@ \begin{longtable*}{|p{40mm}|p{\textwidth-25mm-36pt}|} \hline \textbf{Kolom naam} & \textbf{Beschrijving} \\ \hline ID & De ID van de sensor. Dit moet een uniek nummmer zijn.\\ \hline - SensorName & De naam van de sensor. Deze moet overeenkomen met de naam in de FEWS tijdseries. \\ \hline - RelativeLocationSensorAlongProfileManual & Dit is de locatie die een gebruiker kan aangeven; - Deze waarde is relatief vanaf het startpunt van het profiel. (De x-waarde van het profiel die begint op 0; ofwel deze waarde kan nooit kleiner zijn dan 0). \\ \hline - RelativeLocationSensorFromDikeLine & Dit is de relatieve locatie van de sensor ten opzichte van de dijklijn (buiten kruin) van het profiel. \\ \hline + SensorName & De naam van de sensor. + Deze moet overeenkomen met de naam in de FEWS tijdseries. \\ \hline + RelativeLocationSensorAlongProfileManual & + Dit is de locatie die een gebruiker kan aangeven. + Deze waarde is relatief vanaf de linkerkant van het profiel + (de waarde 0 komt overeen met de linkerkant van het profiel; + ofwel deze waarde kan nooit kleiner zijn dan 0). \\ \hline + RelativeLocationSensorFromDikeLine & + Dit is de relatieve locatie van de sensor ten opzichte van de dijklijn (buitenkruin) van het profiel. \\ \hline DepthSensor & De diepte van de sensor (in meters). \\ \hline - PLLine-Mapping & Met deze waarde geef je aan voor welke PL lijn de sensor gebruikt moet worden. Let op: het formaat dient tekst te zijn in excel. \\ \hline - SensorType & Type van de sensor. Keuze uit ’WaterLevel’ (een sensor die het waterniveau doorgeeft aan de buitenkant of de binnenkant) en ’PiezoMetricHead’ (een sensor die in de dijk de waterdruk meet en doorgeeft).\\ \hline + PLLine-Mapping & Met deze waarde geef je aan voor welke PL lijn(en) de sensor gebruikt moet worden. + Let op: het formaat dient tekst te zijn in Excel. + Bij meerdere PL lijnen dienen de ID's gescheiden te worden door een punt-komma (;). \\ \hline + SensorType & + Type van de sensor. + Keuze uit ’WaterLevel’ (een sensor die het waterniveau meet aan de buitenkant of de binnenkant) en ’PiezoMetricHead’ (een sensor die de waterdruk meet in de dijk).\\ \hline \end{longtable*} \normalsize