Index: DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 4/Integratietest piping 4.damx =================================================================== diff -u -r4501 -r5885 --- DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 4/Integratietest piping 4.damx (.../Integratietest piping 4.damx) (revision 4501) +++ DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 4/Integratietest piping 4.damx (.../Integratietest piping 4.damx) (revision 5885) @@ -1,27 +1,27 @@  - + - + - + - + - + - + - + - - + + @@ -38,7 +38,7 @@ - + @@ -220,7 +220,7 @@ - + @@ -440,47 +440,48 @@ - - + + - - - - + + + + - + - - - - - + + + + + + - + - - - + + + - + - + @@ -494,7 +495,7 @@ - + @@ -659,8 +660,8 @@ - - + + @@ -1700,5 +1701,130 @@ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + \ No newline at end of file Index: DamClients/DamUI/trunk/lib/DamEngine/Deltares.DamEngine.Interface.dll =================================================================== diff -u -r5872 -r5885 Binary files differ Index: DamClients/DamUI/trunk/src/DamClientsLibrary/Deltares.Dam.Data/Geometry2DImporter/SoilProfile2DImporter.cs =================================================================== diff -u -r5884 -r5885 --- DamClients/DamUI/trunk/src/DamClientsLibrary/Deltares.Dam.Data/Geometry2DImporter/SoilProfile2DImporter.cs (.../SoilProfile2DImporter.cs) (revision 5884) +++ DamClients/DamUI/trunk/src/DamClientsLibrary/Deltares.Dam.Data/Geometry2DImporter/SoilProfile2DImporter.cs (.../SoilProfile2DImporter.cs) (revision 5885) @@ -152,11 +152,11 @@ } } - private static Soil FindSoilInOldSurfaces(List originalSurfaces, Deltares.Geometry.GeometryPoint point, + private static Soil FindSoilInOldSurfaces(List originalSurfaces, GeometryPoint point, double xSoilGeometry2DOrigin) { point.X -= xSoilGeometry2DOrigin; - point.Y -= GeometryConstants.Accuracy / 2.0; + point.Y -= GeometryConstants.Accuracy; foreach (var soilLayer2D in originalSurfaces) { if (soilLayer2D.GeometrySurface.OuterLoop.IsPointInLoopArea(point)) Index: DamClients/DamUI/trunk/lib/DamEngine/Deltares.DamEngine.Io.dll =================================================================== diff -u -r5872 -r5885 Binary files differ Index: DamClients/DamUI/trunk/lib/DamEngine/Deltares.DamEngine.Calculators.dll =================================================================== diff -u -r5872 -r5885 Binary files differ Index: DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 3/Integratietest piping 3.damx =================================================================== diff -u -r4501 -r5885 --- DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 3/Integratietest piping 3.damx (.../Integratietest piping 3.damx) (revision 4501) +++ DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 3/Integratietest piping 3.damx (.../Integratietest piping 3.damx) (revision 5885) @@ -1,27 +1,27 @@  - + - + - + - + - + - + - + - - + + @@ -38,7 +38,7 @@ - + @@ -255,7 +255,7 @@ - + @@ -442,47 +442,48 @@ - - + + - - - - + + + + - + - - - - - + + + + + + - + - - - + + + - + - + @@ -496,7 +497,7 @@ - + @@ -696,8 +697,8 @@ - - + + @@ -1788,5 +1789,130 @@ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + \ No newline at end of file Index: DamClients/DamUI/trunk/lib/DamEngine/Deltares.DamEngine.Data.dll =================================================================== diff -u -r5872 -r5885 Binary files differ Index: DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex =================================================================== diff -u -r5864 -r5885 --- DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex (.../DAM UI - User manual.tex) (revision 5864) +++ DamClients/DamUI/trunk/doc/DAM UI - User manual/DAM UI - User manual.tex (.../DAM UI - User manual.tex) (revision 5885) @@ -1094,14 +1094,22 @@ Er is geen koppeling met een geometrie: de lagen lopen oneindig door. De bovenkant wordt dus weergegeven door het aantal meters tov NAP en is dus een oneindig vlak. Pas wanneer de 1D-ondergrond wordt gecombineerd met een maaiveldlijn ontstaat er een ondergrondprofiel met begin en eind: een 2D-ondergrondopbouw. \\ -Een 2D-ondergrondopbouw bestaat uit ondergrondlagen, -al dan niet met schuine en/of verticale laagscheidingen en een bovenkant ondergrond, -weergegeven door een lijn met variabele hoogte (veelal de maaiveldlijn). -Deze maaiveldlijn kan een ruimtelijke ligging hebben (geografisch georiënteerd door RD-coördinaten), -maar deze wordt vertaald naar een lokaal assenstelsel. +Een 2D-ondergrondopbouw bestaat uit aaneengesloten en/of geheel binnen elkaar vallende ondergrondlagen (vlakken). +Deze lagen delen een linkerzijde, rechterzijde en een onderzijde als begrenzing. +De bovenzijde is vrij en kan bestaan uit 1 of meerdere naast elkaar gelegen vlakken. +Alle punten aan de bovenzijde vormen tesamen de lokale maaiveldlijn die per definitie van geheel links naar geheel rechts loopt. +Een eis aan deze lokale maaiveldlijn is dat de X-coördinaten stringent oplopend zijn en dus geen teruglopende en/of verticale stukken mag bevatten. +Deze lokale maaiveldlijn kan een ruimtelijke ligging hebben (geografisch georiënteerd door RD-coördinaten), +maar deze wordt vertaald naar een lokaal assenstelsel (x-z). +Veelal zal de 2D-ondergrondopbouw echter al uit een puur lokaal assenstelsel (x-z) bestaan. + Vooralsnog is het niet mogelijk om binnen één project 1D en 2D ondergrondschematiserings door elkaar te gebruiken voor het uitvoeren van stabiliteitsberekeningen. +Zowel een 1D- als een 2D-ondergrondopbouw wordt binnen DAM gecombineerd met de bijbehorende dwarsprofielgeometrie om zo te komen tot het eigelijke rekenprofiel. +Bij het combineren is altijd de dwarsprofielgeometrie leidend voor het vaststellen van zowel de begrenzing aan de linker- en rechterzijde als voor +wat betreft de uiteindelijke bovenzijde van het rekenprofiel (zie ). + \subsubsection{1D ondergrondschematiserings} \label{sec:1DOndergrondschematiserings} 1D ondergrondschematiserings worden opgenomen in het bestand \textit{soilprofiles.csv}. @@ -1194,13 +1202,107 @@ De in de \dstability geometrieën gebruikte grondnamen dienen ook aanwezig te zijn in de grondeigenschappendatabase (zie \autoref{sec:Grondeigenschappen}). De namen dienen exact overeen te komen. -Evenals de dwarsprofielgeometrieën (zie \autoref{sec:Dwarsprofielgeometrie}), dienen ook de ondergrondschematiserings lang genoeg te zijn. +Evenals de dwarsprofielgeometrieën (zie \autoref{sec:Dwarsprofielgeometrie}), dienen ook de ondergrondschematiserings feitelijk lang en diep genoeg te zijn. +Dit is van belang bij het vinden van een juiste (diepe) glijcircel en dus een geldig stabiliteitsresultaat. + Als deze even lang zijn als de profiellijnen is er geen probleem. Als ze langer zijn, dan worden ze automatisch op de randen afgekapt. Als de profiellijnen te kort zijn, dan worden de lagen horizontaal verlengd tot de boundaries, opgelegd door de lengte van de dwarsprofielgeometrieën. Daarnaast moet de schematisering van de ondergrond ver genoeg doorlopen in de verticaal. Dus naar boven voor de dijkgeometrie en naar beneden om een (eventuele) diepe glijcirkel te kunnen vinden. +\subsection{Combineren dwarsprofielgeometrie met ondergrondschematisering} +Uitgangspunt voor het combineren van een dwarsprofielgeometrie met een ondergrondschematiserings is dat beide alleen valide data bevatten. +Het doel van de combinatie is het samenstellen van het uiteindelijk door te rekenen 2D-profiel (= 2D-geometrie + laaginformatie). + +Om het combineren toe te lichten volgen er nu eerst een aantal belangrijke definities. + +\subsubsection{Definities geometrie van een dwarsprofielgeometrie} +De geometrie van een dwarsprofielgeometrie bestaat uit een reeks van punten. +Binnen het gegeven lokale X-Z assenstelsel moeten de X-coördinaten stringent oplopend (dus van links naar rechts) te zijn. +Teruglopende X-coördinaten alsmede gelijke X-coördinaten mogen dus niet voorkomen. + +\subsubsection{Definities 1D ondergrondschematisering} +Een 1D ondergrondschematisering bestaat uit een rij naar de diepte toe afnemende waarden voor laaghoogtes. + +De eerste waarde is hierbij de bovenkant van de toplaag, de 2e waarde de bovenkant van de 2e laag en hiermee de onderkant van de toplaag enz. +In principe volstaat slechts 1 waarde (voor bovenkant toplaag) omdat DAM automatisch een laag op 20 meter onder het laagst opgegeven niveau toevoegt. + +Per laag dient de naam van het laagmateriaal te zijn gespecificeerd. Deze naammoet gelijk zijn aan 1 materiaal met eigenschappen zoals deze elders zijn vastgelegd, + +\subsubsection{Definities 2D ondergrondschematisering} +Om het combineren toe te lichten volgen er nu eerst een aantal belangrijke definities ten aanzien van de geometrie van de 2D-ondergrondschematisering: +\begin{itemize} + \item \textit{point}: is een punt met twee coördinaten, een X- en Z-coördinaat. + \item \textit{curve}: is een lijnstuk bestaande uit twee punten (points). + \item \textit{loop}: is een gesloten ring van lijnstukken (curves). + \item \textit{surface}: is een vlak met 1 outerloop (een omhullende loop) en 0 of meerdere innerloops (een geheel binnen een outerloop vallende loop). +\end{itemize} + +Elk punt, lijnstuk, loop en surface is uniek. +Elk punt kan in meerdere lijnstukken (en dus loops en surfaces) voorkomen. +Elk lijnstuk kan in meerdere loops (en dus surfaces) voorkomen. +Elke loop (en dus ook surface) mag slechts 1 maal voorkomen. +Elke innerloop moet geheel binnen de outerloop vallen en mag deze ook nergens raken. +Een innerloop kan alleen punten gemeen hebben met mogelijk andere innerloops in hetzelfde vlak. +Een innerloop kan alleen lijnstukken gemeen hebben met mogelijke andere innerloops in hetzelfde vlak. + +Een geldige geometrie bevat: +\begin{itemize} + \item minimaal 1 surface met minimaal 1 geldige outerloop. + \item alleen de loop(s) die daadwerkelijk in gebruik zijn als outerloop of 1 van de inner loops van een surface. + \item alleen lijnstukken die daadwerkelijk in gebruik zijn in een outerloop of innerloop. + \item alleen punten die daadwerkelijk in gebruik zijn in een lijnstuk. +\end{itemize} + +Een punt is alleen geldig indien beide coördinaten bekend zijn en niet samenvalt met een ander punt. +Een lijnstuk is alleen geldig indien deze twee verschillende bestaande punten bevat en niet samenvalt met een ander lijnstuk. +Let er hierbij op dat de volgorde van de twee punten er niet toe doet (A.p1 = B.p1 en A.p2 = B.p2 is gelijk aan A.p1 = B.p2 en A.p2 = B.p1). + +Een loop is alleen geldig indien: +\begin{itemize} + \item er minimaal 3 niet samenvallende bestaande lijnstukken zijn (er sprake is van een omsloten gebied). + \item deze niet doorsneden wordt door andere lijnstukken en/of loops. + \item geen samenvallende lijnstukken bevat. +\end{itemize} + +\subsubsection{Combineren dwarsprofielgeometrie met 1D-ondergrondschematisering} +Middels het combineren dwarsprofielgeometrie met 1D-ondergrondschematisering onstaat het eigenlijke rekenprofiel. +Dit rekenprofiel is een 2D-profiel dat bestaat uit een 2D-geometrie en aanvullende informatie ten aanzien van de gegenereerde surfaces. + +Indien de dwarsprofielgeometrie geheel onder de 1D-ondergrondschematisering ligt, kan er geen combinatie worden gemaakt. +Een berekening kan voor deze situatie niet worden gemaakt en er volgt een foutmelding. +Deze foutmelding zal het gehele DAM-proces niet onderbreken, de melding komt in de logfile te staan. + +Voor het samenvoegen van een dwarsprofielgeometrie met 1D-ondergrondschematisering is de dwarsprofielgeometrie leidend. +Hieruit volgt de linker begrenzing (X-coördinaat van het 1e punt in de dwarsprofielgeometrie) van de te maken 2D-geometrie. +Ook volgt hieruit de rechter begrenzing (X-coördinaat van het laatste punt in de dwarsprofielgeometrie) van de te maken 2D-geometrie. + +Het proces bestaat uit: +\begin{itemize} + \item Maak een volledige kopie (clone) van zowel de 1D-ondergrondschematisering als de dwarsprofielgeometrie om te voorkomen dat de originele data wordt veranderd. + \item Voer vervolgens alle vervolgstappen uit op de kopieen. + \item Voeg boven de originele toplaag van de 1D-ondergrondschematisering een hele dikke laag met het opgegeven dijksmateriaal toe. + \item Voeg zonodig aan de onderkant de 1D-ondergrondschematisering een 20 m dikke laag met het materiaal van de erboven gelegen laag toe. + \item Bepaal alle snijpunten van de de dwarsprofielgeometrie met de 1D-ondergrondschematisering. + \item Stop alle snijpunten met alle punten van de dwarsprofielgeometrie in 1 lijst van punten, gesorteerd op X-coördinaat. + \item Maak met die lijst en de 1D-ondergrondschematisering een lijst van nieuwe 2D-lagen aan (4 punts lagen voor alle lagen onder dwarsprofielgeometrie, + meerpuntslagen voor de 1D-lagen die doorsneden worden door de dwarsprofielgeometrie, alles boven de dwarsprofielgeometrie wordt genegeerd). + Elke 2D-laag bevat naast de punten, lijnstukken, loop en surface ook de overige laaginformatie (IsAquifer, materiaal, WaterpressureInterpolationModel) + \item Maak een lege 2D-geometrie aan. + \item Stel de linker en rechter begrenzing in van deze 2D-geometrie. + \item Stel de bodem begrenzing in van deze 2D-geometrie. + \item Voeg de lijst met gesorteerde snijpunten en dwarsprofielgeometrie puntene toe aan de 2D-geometrie als NewlyEffectedPoints, NewlyEffectedCurves. + \item Voeg de lijst met 2D-lagen toe aan de 2D-geometrie (voorkom dubbele punten en lijnstukken!) als NewlyEffectedPoints, NewlyEffectedCurves. + \item Genereer de 2D-geometrie op basis van de begrenzingen en "nieuwe" punten en lijnstukken. + \item Voeg alle laageigenschappen toe aan de gegenereerde surfaces van de nieuwe 2D-geometrie aan de hand van de 2D-lagen lijst. + \item Maak een nieuwe 2D-porfiel aan. + \item Voeg de 2D-geometrie toe aan het 2D-profiel. + \item Voeg tenslotte alle 2D lagen (surfaces met info) toe aan het 2D-profiel. +\end{itemize} + +Het resulterende 2D-profiel kan nooit innerloops bevatten en heeft minimaal 1 geldige surface met bijbehorende laaginformatie. + \subsection{Locatie ondergrondsegmenten} \label{sec:LocatieOndergrondsegmenten} De ruimtelijke ligging van de segmenten wordt vastgelegd in de \textit{LocationSegments.csv}. @@ -1503,7 +1605,7 @@ Deze \textit{data source} hoeft niet aanwezig te zijn wanneer alleen csv-bestanden worden gebruikt. \\ Bij het gebruik van shape bestanden dient er een \textit{crosssections.shp} bestand aanwezig te zijn voor de \nameref{sec:DataExtractie}. \\ -Dit geldt ook voor de X- en Y-coordinaten van de locations; +Dit geldt ook voor de X- en Y-coördinaten van de locations; deze dienen óf in de \textit{locations.csv} vermeld te zijn óf in een shape bestand. \subsection{Verwijzen naar attributen} @@ -2976,8 +3078,8 @@ Locatie & Location & Algemeen & \\ \hline Scenario & Scenario & Algemeen & \\ \hline Berekeningsresultaat & Calculation result & Algemeen & \\ \hline -X (RD) [m] & Global X-coordinate [m] & Algemeen & \\ \hline -Y (RD) [m] & Global Y-coordinate [m] & Algemeen & \\ \hline +X (RD) [m] & Global X-coördinate [m] & Algemeen & \\ \hline +Y (RD) [m] & Global Y-coördinate [m] & Algemeen & \\ \hline Analyse & Analysis & Algemeen & Met of zonder geometrieaanpassing \\ \hline Probabilistisch & Probabilistic & Algemeen & \\ \hline Opdrijven & Uplift & Algemeen & Is aangevinkt indien opdrijven voorkomt (uitgerekend met DAM methode, niet WBI) \\ \hline @@ -2996,13 +3098,13 @@ PL3 opdrijven [-] & PL3 Min uplift [-] & DAM Waternetcreator & \\ \hline PL3 stijghoogte aangepast[m] & PL3 Head adjusted[m] & DAM Waternetcreator & \\ \hline PL3 locatie opdrijven (X-lokaal) [m] & PL3 Min uplift (X-local) [m] & DAM Waternetcreator & \\ \hline -PL3 locatie opdrijven (X-globaal) [m] & PL3 Min uplift (X-global) [m] & DAM Waternetcreator & x-coördinaat van het eerste punt waar opdrijven optreedt, m.b.t PL3 \\ \hline -PL3 locatie opdrijven (Y-globaal) [m] & PL3 Min uplift (Y-global) [m] & DAM Waternetcreator & y-coördinaat van het eerste punt waar opdrijven optreedt, m.b.t. PL3 \\ \hline +PL3 locatie opdrijven (X-globaal) [m] & PL3 Min uplift (X-global) [m] & DAM Waternetcreator & X-coördinaat van het eerste punt waar opdrijven optreedt, m.b.t PL3 \\ \hline +PL3 locatie opdrijven (Y-globaal) [m] & PL3 Min uplift (Y-global) [m] & DAM Waternetcreator & Y-coördinaat van het eerste punt waar opdrijven optreedt, m.b.t. PL3 \\ \hline PL4 opdrijven [-] & PL4 Min uplift [-] & DAM Waternetcreator & \\ \hline PL4 stijghoogte aangepast [m] & PL4 Head adjusted[m] & DAM Waternetcreator & \\ \hline PL4 locatie opdrijven (X-lokaal) [m] & PL4 Min uplift (X-local) [m] & DAM Waternetcreator & \\ \hline -PL4 locatie opdrijven (X-globaal) [m] & PL4 Min uplift (X-global) [m] & DAM Waternetcreator & x-coördinaat van het eerste punt waar opdrijven optreedt, m.b.t PL4 \\ \hline -PL4 locatie opdrijven (Y-globaal) [m] & PL4 Min uplift (Y-global) [m] & DAM Waternetcreator & y-coördinaat van het eerste punt waar opdrijven optreedt, m.b.t. PL4 \\ \hline +PL4 locatie opdrijven (X-globaal) [m] & PL4 Min uplift (X-global) [m] & DAM Waternetcreator & X-coördinaat van het eerste punt waar opdrijven optreedt, m.b.t PL4 \\ \hline +PL4 locatie opdrijven (Y-globaal) [m] & PL4 Min uplift (Y-global) [m] & DAM Waternetcreator & Y-coördinaat van het eerste punt waar opdrijven optreedt, m.b.t. PL4 \\ \hline Model piping[-] & Piping model [-] & Piping & Het gebruikte model voor piping \\ \hline Factor piping[-] & Piping factor [-] & Piping & Veiligheidsfactor piping indien model Bligh, Sellmeijer VNK of Sellmeijer 4-krachten is gekozen \\ \hline Intredepunt piping x lokaal [m] & Piping entry point (X-local) [m] & Piping & \\ \hline @@ -3174,8 +3276,8 @@ location\_id & StringId & - & yes & Name of location \\ \hline surfaceline\_id & StringId & - & yes & Reference to surfaceline \\ \hline segment\_id & StringId & - & yes & Reference to segment \\ \hline -geo\_x & Float & m & yes & x-coordinate \\ \hline -geo\_y & Float & m & yes & y-coordinate \\ \hline +geo\_x & Float & m & yes & X-coördinate \\ \hline +geo\_y & Float & m & yes & Y-coördinate \\ \hline x\_soilgeometry2D\_origin & Float & m & no & The distance in x-direction between the origin of the soilgeometry2D and the first point of the surfaceline \\ \hline Pl1\_id & StringId & - & no & Reference to Pl1-line \\ \hline polderlevel & Float & m & yes & Level of water in polder \\ \hline @@ -3187,9 +3289,9 @@ Direction & Float & degree & no & Direction of waves (overtopping) \\ \hline Ophoogmateriaaldijk & StringId & - & no & Material to use for raising dike \\ \hline Ophoogmateriaalberm & StringId & - & no & Material to use for generating shoulder \\ \hline -Sheetpile\_x & Float & m & no & RD x-coordinate top of sheetpile \\ \hline -Sheetpile\_y & Float & m & no & RD y-coordinate top of sheetpile \\ \hline -Sheetpile\_z & Float & m & no & RD z-coordinate top of sheetpile \\ \hline +Sheetpile\_x & Float & m & no & RD X-coördinate top of sheetpile \\ \hline +Sheetpile\_y & Float & m & no & RD Y-coördinate top of sheetpile \\ \hline +Sheetpile\_z & Float & m & no & RD Z-coördinate top of sheetpile \\ \hline Sheetpile\_length & Float & m & no & Length of sheetpile \\ \hline RWBankProtectionBottomLevel & Float & m & no & Level of bottom of the sheetpiling in m-NAP \newline NOT IMPLEMENTED YET \\ \hline use\_original\_plline\_assignments & Boolean & - & no & Use the original assignments of the PL-Lines of the orginal geometry, instead of using expert knowledge to do this ;only applicable when 2D-geometries are used to create the MStab projects. \newline Index: DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 5/Integratietest piping 5.damx =================================================================== diff -u -r4501 -r5885 --- DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 5/Integratietest piping 5.damx (.../Integratietest piping 5.damx) (revision 4501) +++ DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Test 5/Integratietest piping 5.damx (.../Integratietest piping 5.damx) (revision 5885) @@ -1,27 +1,27 @@  - + - + - + - + - + - + - + - - + + @@ -38,7 +38,7 @@ - + @@ -328,7 +328,7 @@ - + @@ -449,47 +449,48 @@ - - + + - - - - + + + + - + - - - - - + + + + + + - + - - - + + + - + - + @@ -503,7 +504,7 @@ - + @@ -776,8 +777,8 @@ - - + + @@ -2030,5 +2031,184 @@ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + \ No newline at end of file Index: DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Readme.txt =================================================================== diff -u -r4501 -r5885 --- DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Readme.txt (.../Readme.txt) (revision 4501) +++ DamClients/DamUI/trunk/data/benchmarks/Piping/Readme.txt (.../Readme.txt) (revision 5885) @@ -1,5 +1,6 @@ -Test1: One aquifer consisting out of one layer: SF = 0.505887195 -Test2: One aquifer consisting out of two layers: SF = 0.488933683 -Test3: One aquifer consisting out of three layers: SF = 0.494302622 -Test4: Two aquifers consisting out of one layer each: SF = 0.607742642 -Test5: Two aquifers consisting out of aquifer 1 (two layers) and aquifer 2 (three layers):SF = 0.618266507 +Results with V23.1, model SellMeijer Revised (WBI) +Test1: One aquifer consisting out of one layer: SF = 0.432 +Test2: One aquifer consisting out of two layers: SF = 0.422 +Test3: One aquifer consisting out of three layers: SF = 0.428 +Test4: Two aquifers consisting out of one layer each: SF = 0.505 +Test5: Two aquifers consisting out of aquifer 1 (two layers) and aquifer 2 (three layers):SF = 0.515